Steenbakkerij Floren NV
Veel gestelde vragen
Welke voegtypen zijn mogelijk?
Welke metselverbanden bestaan er?
Wat zijn de vereisten van de te gebruiken
mortel?
Wat zijn uitbloeiingen?
Wat zijn uitlogingen?
Welke beschermende maatregelen dienen er
tijdens de het metselen getroffen?
Welke voegtypen zijn mogelijk?
Algemeen:
De dikte van de voeg bepaalt in belangrijke mate het uitzicht van je
gevelmetselwerk. Indien we het formaat modul 50 metselen (met streefmaat
188 x 88 x 48 ) en we een voeg hebben van 12 mm, dan bekomen we een
zichtopfpervlak dat bestaat uit 25 % voeg en 75 % gevelmetselwerk.
Metselmortel:
De kleur van de voeg wordt bepaald door de kleurpigmenten die in de
voegmortel aanwezig, welke er nadien op aangebracht wordt.
Volgende voegtypen zijn mogelijk:
| Platvol gladde voeg: |
|
| Geknipte of gesneden voeg: |
Holle voeg: |
| Verdiepte of terugliggende voeg: |
Schaduwvoeg: |
Wat is lijmmortel en dunbedvoegmortel?
Door het dunner maken van de voegen bekomt men een gevel met een
massiever en kleurintenser beeld -de zogenaamde “monoliet”-
alsof dit bijna één volume betreft.
Welke metselverbanden bestaan er?
Deze zijn zo goed als onbeperkt … Om een bepaald verband te bekomen zijn volgende stenen er quasi altijd de basis van :
- Een strek : een ganse steen
- Een klezoor : een driekwartsteen
- Een kop : een halve steen
Traditionele metselverbanden:
Bij het kruisverband onderscheiden we
verschillende typen:
(Het metselwerk bestaat uit opeenvolgend een laag koppen en een
laag strekken.)
Wat zijn de vereisten van de te gebruiken mortel?
Er wordt voor een mortel gekozen die aangepast is aan de baksteen. Hiervoor kan men zich baseren op de initiële wateropname van de steen, beter bekend als het Hallergetal. Dit is een meetwijze of maat om het opzuigvermogen te kennen van de te metselen baksteen in combinatie met de mortel of lijmmortel.
Met de NBN EN 772-11 wordt de hoeveelheid gram water gemeten welke er door de steen wordt opgenomen via zijn legoppervlak. In functie van de aldus bekomen gemeten waarde, worden de stenen opgedeeld in 4 categoriën :
- Sterk zuigende steen : > 4,0 kg/m²/min
- Normaal zuigende steen : 1,5 – 4,0 kg/m²/min
- Matig zuigende steen : 0,5 – 1,5 kg/m²/min
- Zwak zuigende steen : 0,5 kg/m²/min
Deze onderverdeling laat de mortelfabrikanten toe om een mortel aan te raden die geschikt is voor de steen in kwestie.
Omwille van de uitbloeiingsgevoeligheid wordt geen cement gebruikt met een hoog gehalte aan sulfaten.
Wat zijn uitbloeiingen?
Uitbloeiingen zijn zoutachtige afzettingen die kunnen voorkomen als witte nevel, vlokken of harde korsten. Wanneer water zich door capillariteit verplaatst in de poriën van het metselwerk worden oplosbare zouten meegevoerd.
Deze zetten zich af aan het oppervlak van het metselwerk waar ze door verdamping kristalliseren. De meest voorkomende zoutsoorten zijn de alkalische (natrium en kalium) en de magnesiumsulfaten. Salpeter-uitbloeiingen komen uitsluitend voor in de nabijheid van meststoffen.
Deze zouten kunnen o.a. in het metselwerk komen door opstijgend grondwater, maar ook door reactie van de mortel met de baksteen onder gunstige weersomstandigheden, nl. bij regen. Het risico is des te groter bij vers metselwerk aangezien het poriënstelsel van de verse mortel nog te weinig uitgebouwd is om te beletten dat water in de capillairen van de baksteen verdwijnt. Een goede afscherming van het jong metselwerk tegen de regen is bijgevolg onontbeerlijk.
De meest voorkomende uitbloeiingen zijn echter onschadelijk voor het metselwerk en spoelen af door de regen na verloop van een aantal maanden. Wanneer alle "regels van de kunst" bij het optrekken van het metselwerk (vooral het afdekken van vers mestelwerk) worden gevolgd is het risico op uitbloeiingen uiterst klein.
Wat zijn uitlogingen?
Uitlogingen zijn een witachtige afzetting, dikwijls ter hoogte van de verticale voegen, die dikwijls worden verward met uitbloeiingen. Door de hydratatiereactie van cement komt vrije kalk of Ca(OH)2 vrij. Deze vrije kalk reageert met het koolzuur in de lucht tot calciumcarbonaat (Ca(OH) 2 + CO2 => CaCo3 + H2 O).
Bij beregening van cement zal de vrije kalk Ca(OH) meegevoerd worden over het buitenoppervlak van de gevel en daar carbonateren, wat zichtbaar wordt als een witte afzetting.
Om het gevaar voor uitlogingen minimaal te houden dienen dezelfde voorzorgsmaatregelen als bij uitbloeiingen gerespecteerd te worden. (bescherming tegen regen van vers metselwerk).
Deze afzetting is moeilijk te verwijderen, want moeilijk oplosbaar in water. Om deze kalkneerslag te verwijderen kan de volgende procedure gevolgd worden:
- Borstel zoveel mogelijk de neerslag weg met een borstel, of schuurpapier.
- Bescherm alle kwetsbare bouwmaterialen van de gevel (bvb. Cementtegels, witte steen en blauwe hardsteen afdekken).
- Bevochtig het te reinigen oppervlak grondig en overvloedig met zuiver water en dit tot verzadiging (het daarna gebruikte bijtend middel zal op die manier niet in het materiaal kunnen dringen).
- Behandel de kalkkorst of –sluier met een zoutoplossing (bvb. chloorwaterstof-zuur of fosforzuur voor lichtgekleurde en witte bakstenen) waarbij de voegen indien mogelijk gespaard worden : Een oplossing van 1 tot 3 % voor oppervlakken waarvan de cementsteen niet mag aangetast worden, daarentegen tot 10 % wanneer dit wel toegelaten is ( de fijne granulaten komen hierbij bloot te liggen, textuur en kleur worden gewijzigd).
- Na inwerking van de oplossing en van de residu’s de gevel herhaaldelijk en grondig afspoelen.
Het is ten zeerste aangeraden om voorafgaandelijk een proef uit te voeren op een minder zichtbaar deel van de gevel. Deze tijdrovende behandeling is echter zelden voor 100 % effectief. Een te frequent gebruik van het zuur is schadelijk voor de mortel. Het is bijgevolg voordeliger om de behandeling toe te passen voor het opvoegen van de gevel. Aangezien dit een zeer specifieke opgave is, is het aangeraden een gespecialiseerde firma aan te spreken.
Welke beschermende maatregelen dienen er tijdens de het metselen getroffen ?
Vers metselwerk is het kwetsbaarst tijdens en juist na zijn voltooiing. Wil men zowel de stabiliteit als de esthetische kwaliteit van het gepresteerde werk optimaliseren dan zijn een aantal beschermende ingrepen ten zeerste aan te bevelen zoals :
- Bij zeer warm en droog weer het metselwerk regelmatig, maar licht besproeien om uitdroging van de mortel te vermijden vóór hij volledig is uitgehard.
- Vermijden dat de vrije zouten uit vers gegoten beton gespoeld worden door de regen en in de bakstenen dringen.
- Bij regenweer vermijden om te metselen of beton te gieten, vanwege het gevaar voor uitspoelen van de mortel of de beton op het metselwerk.
- Op het einde van elke werkdag het vers metselwerk beschermen door een waterdichte laag (plastiekfolie). Deze moet minstens een hoogte van 60 cm bedekken en zodanig worden vastgelegd dat bij winden de plastiekfolie blijft afhangen. Dit kan door aan de uiteinden panlatten vast te nieten.
- Om opspattend vuil en indringing daarvan in de steen te vermijden, is het aanbevolen om in de onderste 60 cm een plastiekfolie in te werken. Bij het voegen wordt deze weggesneden.
- Bij vriesweer het vers metselwerk beschermen met isolerende matten om vorstschade van de mortel te voorkomen.